ECLI:NL:RBMNE:2021:5091
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waardebepaling woning ongegrond verklaard
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €495.000 voor zijn twee-onder-één-kapwoning met garage, gelegen aan een adres te Utrecht, en stelt een lagere waarde van €420.000 voor. Hij voert aan dat de vergelijkingsobjecten onvoldoende vergelijkbaar zijn vanwege verschillen in perceeloppervlakte, wooninhoud, marktontwikkelingen en bouwkundige staat, waaronder een gedateerde keuken en badkamer.
De heffingsambtenaar verdedigt de vastgestelde waarde en legt nieuwe vergelijkingsobjecten voor die qua bouwjaar, type woning, woonoppervlakte en ligging voldoende aansluiten bij de woning van eiser. De rechtbank oordeelt dat de vergelijkingsobjecten passend zijn en dat de taxateur terecht is uitgegaan van een onderhoudstoestand 'voldoende' en een voorzieningenniveau 'normaal'.
De stelling van eiser dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerdheid van de woning en de grootte van de garage wordt niet onderbouwd met objectieve gegevens. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling van de woning wordt ongegrond verklaard.