ECLI:NL:RBMNE:2021:5095
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waardebepaling woning ongegrond verklaard
Eiser is eigenaar van een twee-onder-één-kapwoning met een oppervlakte van circa 132 m² en een kavel van circa 253 m², gelegen in een woonwijk. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning voor het belastingjaar 2020 vast op €351.000,-. Eiser maakte bezwaar tegen deze vaststelling en stelde dat de waarde maximaal €320.000,- zou moeten zijn, mede vanwege de gedateerde staat van de keuken en badkamer.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar drie vergelijkingsobjecten heeft geselecteerd die voldoende vergelijkbaar zijn met de woning van eiser, waarbij rekening is gehouden met bouwjaar, oppervlakte en locatie. De taxateur bevestigde dat ook de vergelijkingsobjecten gedateerde voorzieningen hebben, wat overeenkomt met de onderhoudstoestand en het voorzieningenniveau dat de heffingsambtenaar hanteerde.
Eiser heeft geen bewijs geleverd dat de staat van onderhoud of voorzieningen slechter is dan gemiddeld. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast heeft voldaan en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €351.000,- blijft gehandhaafd.