ECLI:NL:RBMNE:2021:5103
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning Almere
In deze bestuursrechtelijke zaak betreft het een geschil over de WOZ-waarde van een woning in Almere voor het belastingjaar 2020. Verweerder stelde de waarde vast op € 323.000, na bezwaar werd dit verlaagd naar € 309.000. Eiser stelde beroep in en vorderde een lagere waarde van € 292.000.
Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix gebaseerd op vergelijkingsmethodiek met referentiewoningen. De rechtbank oordeelde dat deze methode en de toelichting voldoende aannemelijk maken dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Eiser voerde onder meer aan dat de indexering onvoldoende inzichtelijk was en dat referentiewoningen niet goed vergelijkbaar waren, maar deze gronden werden verworpen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de indexering baseerde op een gemiddelde waardestijging van verkochte woningen in Almere over 2018 en 2019 en dat eiser te laat om nadere gegevens had gevraagd, waardoor een ongelijkwaardige procespositie niet aannemelijk was. Ook werd geoordeeld dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de staat van onderhoud en voorzieningen van de woning.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de WOZ-waarde op juiste wijze had vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 309.000 wordt ongegrond verklaard.