ECLI:NL:RBMNE:2021:5104
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Lelystad
De zaak betreft een beroep van een woningeigenaar tegen de door de gemeente Lelystad vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2020, vastgesteld op €195.000. De eigenaar stelde dat de waarde te hoog was en bepleitte een lagere waarde van €171.000. De gemeente onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix en een toelichting.
De rechtbank overwoog dat de gemeente de bewijslast draagt om aan te tonen dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix, gebaseerd op vergelijkingsmethode met referentiewoningen, maakte aannemelijk dat de waarde correct is bepaald. De bezwaren van de eigenaar, waaronder de onvindbaarheid van referentiewoningen in iWOZ, het niet inzichtelijk maken van indexeringspercentages, de ligging van de woning, de staat van voorzieningen en de waardering van de serre, werden door de rechtbank niet gegrond bevonden.
De rechtbank stelde vast dat de eigenaar te laat om aanvullende gegevens had gevraagd, waardoor de gemeente niet adequaat kon reageren. De waardering van de serre werd voldoende onderbouwd met een eenheidsprijs per m2. Gezien deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €195.000 wordt ongegrond verklaard.