ECLI:NL:RBMNE:2021:5162
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde autowasplaats op basis van gecorrigeerde vervangingswaarde
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de WOZ-waarde van een in 2007 gebouwde autowasplaats centraal. De gemeente heeft de waarde van het object vastgesteld op € 767.000,- voor het belastingjaar 2020, gebaseerd op de waardepeildatum 1 januari 2019. Eiseres betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van € 435.000,- voor.
De rechtbank overweegt dat de gemeente de waardering heeft gebaseerd op de gecorrigeerde vervangingswaarde, een methode die is toegestaan volgens artikel 17, derde lid, van de Wet WOZ. De rechtbank vindt deze methode passend, mede vanwege het ontbreken van marktgegevens van vergelijkbare objecten. De taxateur van de gemeente heeft toegelicht dat het object zich in zeer goede staat bevindt en dat technische veroudering adequaat is verwerkt in de waarderingsmatrix.
Eiseres heeft aangevoerd dat de technische veroudering onvoldoende is meegenomen, dat het leegstandsrisico door de Corona-crisis een lagere waarde rechtvaardigt en dat de grondwaarde te hoog is vastgesteld. De rechtbank wijst deze gronden af omdat de technische correcties adequaat zijn, de waardepeildatum vóór de Corona-crisis ligt en de grondwaarde is gebaseerd op recente referentieverkopen. De rechtbank concludeert dat de gemeente aan haar bewijslast heeft voldaan en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de autowasplaats wordt ongegrond verklaard.