ECLI:NL:RBMNE:2021:5172
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing opheffen voorlopige hechtenis wegens ontbreken ernstige bezwaren
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 14 en 15 oktober 2021 het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte in het kader van het deeldossier Lis binnen de overkoepelende zaak Eris.
Tijdens de zitting werd een belastende verklaring van een getuige gehoord, maar de rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende objectieve aanwijzingen bevat die het voortduren van de voorlopige hechtenis rechtvaardigen. De verklaring van een andere getuige werd als beperkt waardevol beoordeeld vanwege het karakter van horen zeggen en het ontbreken van concrete informatie over de herkomst en verwerking van de informatie.
De rechtbank concludeerde dat, ondanks de mogelijke veiligheidsredenen voor de beperkte concreetheid van de anonieme getuigenverklaring, dit niet voldoende is om de voorlopige hechtenis te handhaven. Een aanvullend verzoek op grond van artikel 67a, derde lid Sv werd niet inhoudelijk behandeld omdat het eerdere oordeel daaraan in de weg stond.
De rechtbank besloot daarom het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis toe te wijzen en de voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte is opgeheven wegens het ontbreken van voldoende ernstige bezwaren.