Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser werd geconfronteerd met een besluit van de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren op basis van een drugsgebruikonderzoek. Verweerder stuurde op 9 september 2020 een brief met de voorlopige uitslag en de mogelijkheid tot een tweede onderzoek binnen twee weken, gevolgd door een definitief besluit op 9 oktober 2020. Eiser betwist echter de ontvangst van de brieven en stelt dat hij pas eind oktober via zijn advocaat de uitslag vernam, waardoor hij geen kans had op een tweede onderzoek.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de brief van 9 september 2020 daadwerkelijk door eiser is ontvangen. Het ontbreken van ondertekende ontvangstbewijzen en het ontbreken van verzendgegevens, gecombineerd met het feit dat eiser eind oktober nog navraag moest doen, maken aannemelijk dat de brief niet tijdig is ontvangen. Het telefoongesprek op 10 september 2020 is onvoldoende bewijs voor ontvangst.
Hoewel het drugsgebruikonderzoek op zichzelf aanleiding gaf tot ongeldigverklaring, had verweerder eiser de mogelijkheid moeten bieden om een tweede onderzoek aan te vragen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen waarbij deze gelegenheid wordt geboden. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende bewijs van ontvangst van de brief over het drugsgebruikonderzoek.