ECLI:NL:RBMNE:2021:519
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning verlaagd wegens onjuiste verwerking VvE-reserve in vergelijkingsobjecten
Eiser is eigenaar van een appartement waarvan de WOZ-waarde voor 2019 door verweerder werd vastgesteld op €174.000. Eiser maakte bezwaar tegen deze waarde omdat de gemeente de verkoopprijzen van vergelijkingsobjecten niet had gecorrigeerd voor het deel dat bestemd was voor de VvE-onderhoudsreserve.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente hiermee in strijd handelde met vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en het Gerechtshof Den Haag, die bepalen dat de onderhoudsreserve niet mag worden betrokken bij de waardebepaling. Het standpunt van verweerder dat alleen substantiële reserves gecorrigeerd moeten worden, werd verworpen.
Eiser kon zijn lagere waarde van €151.000 niet aannemelijk maken, omdat zijn aankoopprijs niet marktconform was. De rechtbank stelde daarom de waarde in goede justitie vast op €165.000 en bepaalde dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verlaagd. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het appartement wordt vastgesteld op €165.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting verlaagd.