ECLI:NL:RBMNE:2021:520
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning verlaagd wegens onjuiste waardering VvE-reserve en gedateerde voorzieningen
Eiser betwistte de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op €210.000,-. De rechtbank oordeelde dat de gemeente onvoldoende rekening had gehouden met het feit dat de keuken, badkamer en het toilet meer dan dertig jaar oud en gedateerd zijn, terwijl de gemeente uitging van een gemiddeld voorzieningenniveau.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de gemeente bij de vergelijkingsmethode de verkoopprijzen van woningen binnen een Vereniging van Eigenaren (VvE) niet had gecorrigeerd voor het deel van de koopprijs dat bestemd is voor de onderhoudsreserve van de VvE. Volgens vaste rechtspraak mag dit deel niet worden betrokken bij de WOZ-waardebepaling.
Omdat de gemeente de waarde niet aannemelijk had gemaakt en eiser zijn lagere waarde onvoldoende onderbouwde, stelde de rechtbank de WOZ-waarde in goede justitie vast op €205.000,-. De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verlaagd en de gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €205.000,- en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt verlaagd.