ECLI:NL:RBMNE:2021:522
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning verlaagd wegens onjuiste verwerking VvE-reserve in vergelijkingsobjecten
Eiser is eigenaar van een flatwoning uit 1959 met een inhoud van 244 m3. De gemeente stelde de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2019 vast op €191.000, waarop een aanslag onroerendezaakbelasting werd gebaseerd. Eiser maakte bezwaar tegen deze waarde, stellende dat deze te hoog was. Na afwijzing van het bezwaar stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De gemeente onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatiematrix waarin drie vergelijkingsobjecten werden gebruikt. Eiser betoogde dat de gemeente ten onrechte het deel van de koopprijs dat bestemd is voor de onderhoudsreserve van de Vereniging van Eigenaren (VvE) niet had gecorrigeerd. De rechtbank volgde eiser en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad en het Gerechtshof Den Haag, die stellen dat dit deel niet mag worden meegenomen in de WOZ-waardebepaling.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente de waarde niet aannemelijk had gemaakt omdat de vergelijkingsprijzen niet waren gecorrigeerd voor de onderhoudsreserves. Eiser had zijn lagere waarde van €148.000 niet voldoende onderbouwd. Daarom stelde de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €185.000 en verlaagde de aanslag dienovereenkomstig. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €185.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt verlaagd.