In deze bestuursrechtelijke zaak staat de WOZ-waarde van een appartement in Baarn ter discussie. De heffingsambtenaar van de gemeente Baarn heeft de waarde van de woning voor belastingjaar 2020 vastgesteld op €256.000,- met als waardepeildatum 1 januari 2019. Eiseres betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €236.000,- voor.
De rechtbank toetst of verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met drie vergelijkbare appartementen in de omgeving, rekening houdend met verschillen in wooninhoud, uitstraling en ligging. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe met deze verschillen is omgegaan, waaronder een correctie van 15% vanwege bovengemiddelde uitstraling.
Eiseres voert aan dat andere referentiewoningen beter vergelijkbaar zijn, maar de rechtbank volgt dit niet omdat verweerder vrij is in de keuze van referentiewoningen en de gekozen referenties passend zijn gelet op ligging en kenmerken. Ook is voldoende rekening gehouden met marktontwikkelingen rond de waardepeildatum.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde van €256.000,-. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.