Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
€ 3.335,04 passend en geboden is.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres ontving sinds 2001 een WAO-uitkering en trad in november 2015 in dienst bij een werkgever. Verweerder stelde vast dat eiseres over de periode van november 2015 tot augustus 2019 te veel uitkering had ontvangen, omdat zij haar inkomsten niet had doorgegeven. Daarom legde verweerder een boete van 50% van het benadelingsbedrag op.
Eiseres voerde aan onvoldoende gelegenheid te hebben gehad om bezwaar te maken en dat zij haar nieuwe functie met hulp van het UWV had gevonden, waarbij haar was verteld dat zij een maximaal aantal uren mocht werken. De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende tijd had gekregen om bezwaar in te dienen en dat zij haar informatieplicht had geschonden omdat zij haar verdiensten niet had gemeld.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de opgelegde boete van €3.335,04. Er waren geen dringende redenen om van de boete af te zien en eiseres had de boete inmiddels betaald. Het beroep werd ongegrond verklaard en er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €3.335,04 wegens het niet doorgeven van inkomsten en verklaart het beroep ongegrond.