ECLI:NL:RBMNE:2021:5307
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het intrekken van voorschot WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid
Eiseres ontving sinds 2001 een WAO-uitkering en was sinds 2015 werkzaam bij twee werkgevers. Het UWV stelde op 9 september 2019 het voorschot op haar WAO-uitkering stop vanwege haar inkomsten uit arbeid die hoger waren dan haar maatmanloon. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad om bezwaar te maken en dat het UWV haar had toegezegd dat werken in halve dagen geen gevolgen zou hebben voor haar uitkering.
De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende tijd had gekregen om bezwaar in te dienen en dat de berekening van het UWV, gebaseerd op artikel 44 van Pro de WAO, correct was. Dit artikel bepaalt dat de uitkering niet wordt uitbetaald als het inkomen zodanig is dat er geen sprake meer is van ten minste 15% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank concludeerde dat de uitkering terecht niet werd uitbetaald omdat het inkomen van eiseres hoger was dan haar maatmanloon, wat betekent dat zij geen loonverlies had en dus theoretisch 0% arbeidsongeschikt was. De stellingen van eiseres over toezeggingen en eerdere verlaging van de uitkering werden niet gevolgd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht het voorschot op de WAO-uitkering stopgezet.