ECLI:NL:RBMNE:2021:5386
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning huurder; beroep ongegrond verklaard
Eiseres, huurder van een woning in [woonplaats], maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar woning die door de gemeente Lelystad was vastgesteld op €181.000,- voor het belastingjaar 2020. Na een ongegrondverklaring van het bezwaar door de gemeente, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
Tijdens de procedure werd vastgesteld dat woningbouwvereniging als eigenaar niet als derde-belanghebbende wenste deel te nemen. De rechtbank oordeelde dat eiseres als huurder ontvankelijk was in het beroep, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad.
De gemeente onderbouwde de vastgestelde WOZ-waarde met een taxatiematrix waarin vergelijkbare woningen in dezelfde wijk werden betrokken. De rechtbank vond deze onderbouwing voldoende en oordeelde dat de verschillen in kwaliteit, onderhoud en oppervlakte tussen de woning van eiseres en de referentiewoningen adequaat waren meegenomen.
De door eiseres aangedragen referentiewoningen werden door de rechtbank niet als beter vergelijkbaar beschouwd. Ook de bezwaren over het indexeringspercentage werden verworpen vanwege voldoende onderbouwing door verweerder.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning wordt ongegrond verklaard.