Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2021 in de zaak tussen
Unique Diensten B.V., te Almere, eiser
[werkneemster], te [woonplaats] (werkneemster).
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert Unique Diensten B.V. herziening van een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat een WGA-uitkering toekent aan een voormalige werknemer. De kern van het geschil betreft de vraag of de arbeidsongeschiktheid van de werkneemster ononderbroken was, met name tussen 11 juli en 18 augustus 2016.
De rechtbank constateert dat UWV zich heeft gebaseerd op een hersteldmelding van de werkneemster en medische rapportages, maar geen zelfstandig onderzoek heeft verricht naar de continuïteit van de arbeidsongeschiktheid in de betreffende periode. Dit leidt tot een gebrek in de zorgvuldige voorbereiding van het besluit, in strijd met artikel 3:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank geeft UWV de gelegenheid dit gebrek binnen acht weken te herstellen door een eigen onderzoek te verrichten en hierover te rapporteren. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden. De werkneemster heeft geen toestemming gegeven om medische stukken aan de werkgever te verstrekken, waardoor de motivering beperkt is om privacy te waarborgen.
De uitspraak is een tussenuitspraak en er is nog geen hoger beroep mogelijk. De rechtbank benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige beoordeling van de arbeidsongeschiktheid voor de toekenning van uitkeringen onder de Wet WIA.
Uitkomst: De rechtbank houdt de verdere beslissing aan en geeft het bestuursorgaan de gelegenheid het gebrek in het besluit binnen acht weken te herstellen.