ECLI:NL:CRVB:2014:3938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WIA-besluit wegens onvolledige beoordeling wachttijd arbeidsongeschiktheid
Appellant was verkoper en meldde zich op 22 oktober 2008 ziek. Na beëindiging van zijn dienstverband en diverse ziek- en hersteldmeldingen, weigerde het UWV hem een WIA-uitkering omdat hij volgens hen de wachttijd van 104 weken niet had vervuld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de wachttijd was geëindigd met de hersteldmelding van 18 maart 2010.
In hoger beroep stelde appellant dat hij op grond van een brief van het UWV mocht vertrouwen op een doorlopende ziekteperiode en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen beroep in te stellen tegen eerdere besluiten. De Raad oordeelde dat het UWV bij het besluit van 11 mei 2012 en het bestreden besluit geen volledige beoordeling had gemaakt van de wachttijd en dat deze beoordeling onzorgvuldig was.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar besloot de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten omdat het UWV in hoger beroep alsnog een zorgvuldige beoordeling had verricht waaruit bleek dat de wachttijd niet was vervuld. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd wegens onzorgvuldige beoordeling, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.