ECLI:NL:RBMNE:2021:5406
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij terugvordering WWB-krediethypotheek
Verzoeker heeft bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum bezwaar gemaakt tegen een besluit waarbij hij werd verplicht een verstrekte uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand, in de vorm van een geldlening (krediethypotheek), terug te betalen omdat hij de hypotheekakte niet heeft ondertekend.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen dit besluit. Volgens artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening alleen worden getroffen als er sprake is van onverwijlde spoed. In financiële geschillen is dit slechts het geval bij een acute en onomkeerbare situatie, zoals faillissement of ernstige financiële nood.
Verzoeker heeft geen onderbouwing geleverd van een dergelijke spoedeisendheid ondanks verzoeken van de griffier. Hierdoor ontbrak een spoedeisend belang. Daarnaast was het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, zodat ook op die grond geen voorlopige voorziening kon worden getroffen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en het niet evident onrechtmatig zijn van het bestreden besluit.