ECLI:NL:RBMNE:2021:5413

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 november 2021
Publicatiedatum
8 november 2021
Zaaknummer
529370 / HA RK 21-271
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verschoningsverzoek gegrond wegens schijn van partijdigheid door familierelatie advocaat

De verschoningskamer van de Rechtbank Midden-Nederland ontving op 22 oktober 2021 een verzoek tot verschoning van een rechter die betrokken was bij een kort geding tussen een bedrijf en de Gemeente Almere. De rechter voelde zich niet vrij om de hoofdzaak verder te behandelen omdat een direct familielid van hem werkzaam is als advocaat bij het advocatenkantoor dat één van de partijen bijstaat.

De kamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en overwoog dat verschoning dient ter waarborging van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Zelfs de schijn van partijdigheid kan reden zijn voor verschoning om het vertrouwen in het rechterlijk apparaat te behouden.

Gezien de omstandigheden en de motivering van de verzoeker achtte de kamer de schijn van partijdigheid voldoende aannemelijk en verklaarde het verzoek tot verschoning gegrond. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021 door de meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters en een griffier. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt gegrond verklaard vanwege de schijn van partijdigheid door een familierelatie met een advocaat van een partij.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
VERSCHONINGSKAMER
Zaaknummer/rekestnummer: 529370 / HA RK 21-271
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van verschoningszaken van 5 november 2021
op het verzoek in de zin van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
Mr. M.J. Slootweg,
rechter,
verder te noemen: verzoeker.

1.De procedure

1.1.
De verschoningskamer heeft op 22 oktober 2021 het verzoek tot verschoning van verzoeker ontvangen in de zaak met zaaknummer 526733 KGZA 21-494. Deze zaak betreft een kort geding met [bedrijf] B.V. als eisende partij en de Gemeente Almere als gedaagde partij (hierna: de hoofdzaak).
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek tot verschoning plaatsgevonden. De uitspraak is bepaald voor vandaag.

2.Het verschoningsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft het volgende ten grondslag gelegd aan zijn verschoningsverzoek. Verzoeker acht zich niet vrij de hoofdzaak verder te behandelen. Eén van de partijen wordt bijgestaan door advocaten die verbonden zijn aan het advocatenkantoor waaraan ook een direct familielid van verzoeker als advocaat verbonden is. Deze situatie is ter vermijding van elke schijn van belangenvermenging onwenselijk.

3.De beoordeling

3.1.
Artikel 40 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv Pro. Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
Van de schijn van partijdigheid kan, geheel los van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in dat specifieke geval aan onpartijdigheid ontbreekt. In dat geval dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden. Rechtzoekenden moeten immers vertrouwen kunnen stellen in het rechterlijk apparaat. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
3.4.
Uit het verzoek van verzoeker blijkt dat er sprake is van zodanige omstandigheden dat hij zich niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak op te treden dan wel te beslissen. De verschoningskamer ziet hierin, in aanmerking genomen de motivering van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. Verzoeker heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het hem aan onpartijdigheid zal ontbreken. Het verzoek zal daarom gegrond worden verklaard.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
verklaart het verzoek tot verschoning gegrond;
4.2.
draagt de griffier van de verschoningskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, betrokken partijen in de hoofdprocedure, alsmede de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. D.J. van Maanen, voorzitter, en mr. A. van Dijk en mr. M.E. Heinemann, als leden van de verschoningskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Russcher-Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open