ECLI:NL:RBMNE:2021:5413
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verschoningsverzoek gegrond wegens schijn van partijdigheid door familierelatie advocaat
De verschoningskamer van de Rechtbank Midden-Nederland ontving op 22 oktober 2021 een verzoek tot verschoning van een rechter die betrokken was bij een kort geding tussen een bedrijf en de Gemeente Almere. De rechter voelde zich niet vrij om de hoofdzaak verder te behandelen omdat een direct familielid van hem werkzaam is als advocaat bij het advocatenkantoor dat één van de partijen bijstaat.
De kamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en overwoog dat verschoning dient ter waarborging van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Zelfs de schijn van partijdigheid kan reden zijn voor verschoning om het vertrouwen in het rechterlijk apparaat te behouden.
Gezien de omstandigheden en de motivering van de verzoeker achtte de kamer de schijn van partijdigheid voldoende aannemelijk en verklaarde het verzoek tot verschoning gegrond. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021 door de meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters en een griffier. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt gegrond verklaard vanwege de schijn van partijdigheid door een familierelatie met een advocaat van een partij.