ECLI:NL:RBMNE:2021:553
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen schorsing rijbewijs en onderzoek rijgeschiktheid wegens lachgasgebruik
Eiser werd geconfronteerd met een besluit van het CBR waarin hem een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid werd opgelegd en zijn rijbewijs werd geschorst vanwege vermoedens van lachgasgebruik tijdens het besturen van een voertuig. Dit besluit volgde op meerdere waarnemingen door de politie, waaronder het aantreffen van lachgasflessen en ballonnen in zijn voertuig en het rijden op de verkeerde weghelft met afwijkend rijgedrag.
Eiser voerde aan dat het besluit te vroeg was genomen, dat hij geen hoorzitting had gekregen en dat hij niet onder invloed van lachgas had gereden. Hij stelde dat hij altijd wachtte tot het effect van lachgas was verdwenen voordat hij ging rijden en betwistte de feitelijke grondslag van het besluit.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht uitging van het proces-verbaal dat op ambtseed was opgemaakt en dat de waarnemingen van de verbalisant voldoende aanleiding gaven om te twijfelen aan de rijgeschiktheid van eiser. Het verzoek om uitstel voor het indienen van bezwaar was niet tijdig opgevolgd door eiser, en het CBR had de hoorplicht niet geschonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van het rijbewijs en het opleggen van een onderzoek naar rijgeschiktheid wegens lachgasgebruik is ongegrond verklaard.