Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
op 24 maart 2021 te Zeist, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [verbalisant 1] opzettelijk van het leven te beroven, die [verbalisant 1] met kracht meerdere keren met een metalen lachgasfles op het achterhoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
op 24 maart 2021 te Zeist, zich met geweld heeft verzet tegen een politieambtenaar, te weten [politieambtenaar] , brigadier bij de Eenheid Midden-Nederland, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten ter aanhouding van verdachte, door die [politieambtenaar] met kracht meerdere keren in het gezicht te slaan, terwijl dit misdrijf enig lichamelijk letsel, te weten een kneuzing van de linker wang (ter hoogte van het jukbeen), bij die [politieambtenaar] ten gevolge heeft gehad.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
poging doodslag;
wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN MAATREGEL
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJEN
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING 96/241120-19
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
1.Meewerken aan reclasseringstoezicht
2.Meewerken aan time-out
3. Niet naar het buitenland
4.Opname in een zorginstelling
6.Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
7.Drugsverbod
8.Meewerken aan schuldhulpverlening
9.Dagbesteding
- 1 STK Hashish (Omschrijving: G2798239);
- 1 STK Lachgas (Omschrijving: G2798143 LACHGASFLES KLEUR GRIJS/BLAUW, Grijs/blauw);
- 1 STK Transportzegel (Omschrijving: G2798171);
- wijst de vordering van [verbalisant 1] toe tot een bedrag van € 2.100,- aan immateriële schadevergoeding;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [verbalisant 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [verbalisant 1] aan de Staat € 2.100,- aan immateriële schade te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 31 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [politieambtenaar] toe tot een bedrag van € 300,- aan immateriële schadevergoeding;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [politieambtenaar] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [politieambtenaar] aan de Staat € 300,- aan immateriële schade te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 6 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;