Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Daarom had eiseres ten behoeve van de bouwwerkzaamheden vergunningen of verklaringen nodig. Een tewerkstellingsvergunning of een vrijwilligersverklaring heeft eiseres niet aangevraagd. Als gevolg hiervan heeft verweerder geconstateerd dat eiseres een tweetal overtredingen heeft begaan en daarvoor een boete opgelegd. De werkzaamheden die deze vreemdelingen hebben verricht zijn volgens verweerder niet te kwalificeren als arbeid in de niet-zakelijke sfeer. De hoogte van de boete is vastgesteld op € 16.000,- en is gebaseerd op de Beleidsregel boeteoplegging Wav 2020 (de Beleidsregel) en de daarbij behorende Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete van de Wav (de Tarieflijst). De hoogte van de boete is in overeenstemming met de ernst van de overtreding, zodat er geen aanleiding is om de boete te matigen. Van het volledig ontbreken van verwijtbaarheid of verminderde verwijtbaarheid is volgens verweerder geen sprake. Eiseres heeft voor de door de vreemdelingen verrichte werkzaamheden namelijk geen vrijwilligersverklaring aangevraagd bij het UWV. Het UWV had in het kader van deze aanvraag kunnen beoordelen of sprake was van vrijwilligerswerk. Nu deze beoordeling niet heeft plaatsgevonden, is voorafgaand aan de werkzaamheden niet vastgesteld dat sprake is van vrijwilligerswerk en dat eiseres op grond daarvan geen vergunningen of verklaringen nodig had. Verweerder ziet ook geen grond voor matiging op basis van de financiële draagkracht van eiseres. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij door de opgelegde bestuurlijke boete onevenredig wordt getroffen. Van andere feiten en omstandigheden die aanleiding geven tot matiging is evenmin gebleken, aldus verweerder. De openbaarmaking van de inspectiegegevens heeft reeds plaatsgevonden.