ECLI:NL:RBMNE:2021:5620
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring op grond van Huisvestingswet en bindingseisen
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring bij de gemeente Huizen, welke op 29 juli 2020 werd afgewezen. Na bezwaar heeft de gemeente dit besluit op 28 mei 2021 gehandhaafd. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank oordeelde dat artikel 14 van Pro de Huisvestingswet 2014 niet van toepassing is op de aanvraag, omdat het niet om een voorrangsregeling gaat maar om urgentie. De relevante artikelen zijn artikel 2, 12 en 13 van de Huisvestingswet, die het opnemen van een urgentieregeling ook zonder schaarste toestaan. Bindingseisen mogen gesteld worden als algemene voorwaarden, mits niet strijdig met artikel 16 van Pro de Huisvestingswet.
De rechtbank constateerde dat eiser onvoldoende economische en maatschappelijke binding met de regio heeft, omdat hij recentelijk in andere plaatsen stond ingeschreven en geen werk heeft in de regio Huizen. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat eiser reeds een begeleid wonenplek heeft zonder einddatum, waardoor urgentie niet noodzakelijk is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.