ECLI:NL:RVS:2019:2920
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J. Kramer
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken regionale binding
Appellant, met de Venezolaanse nationaliteit en een minderjarige Nederlandse dochter, vroeg een urgentieverklaring aan om voorrang te krijgen bij woningtoewijzing in de regio Holland Rijnland. Het bestuur wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een regionale binding en omdat er geen sprake was van een bijzondere hardheid die toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. In het hoger beroep werd bevestigd dat appellant geen economische of maatschappelijke binding met de regio heeft en dat het bestuur terecht vasthoudt aan het vereiste van regionale binding. De situatie van appellant verschilt niet wezenlijk van andere woningzoekenden zonder adequate huisvesting.
Verder oordeelde de Afdeling dat het beroep op diverse internationale verdragen en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie niet tot een ander oordeel leidt, omdat het besluit niet binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt en de genoemde verdragsartikelen geen directe toepasselijkheid hebben. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.