Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd in de penitentiaire inrichting Lelystad te Lelystad.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 november 2021;
- een proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 04.018 t/m 04.021 en de bij dit proces-verbaal gevoegde bijlagen op p. 04.022 t/m 04.034, met uitzondering van hetgeen beschreven wordt over de USB-stick met goednummer 5992989;
- een proces-verbaal van bevindingen, p. 04.036 t/m 04.038.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, verwerven, in bezit hebben, zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt.
telkens, met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
4 jaren;
1 jaar, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- verdachte moet maximaal driemaal per jaar in het kader van die controle aan de reclassering en de eventueel door de reclassering uitgenodigde medewerker van de digitale recherche van het TBKK de toegang verschaffen tot zijn woning;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 2.000,00;
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] ;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 2.000,00 te betalen, bij niet betaling aan te vullen met 30 dagen gijzeling.