ECLI:NL:RBMNE:2021:5860
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering subsidie NOW-1 wegens lagere loonsom dan verwacht
Eiser ontving een subsidie op grond van de NOW-1 regeling, gebaseerd op een verwacht omzetverlies en een loonsom in januari 2020. Verweerder stelde de definitieve subsidie vast op een veel lager bedrag vanwege een lagere loonsom in de subsidieperiode dan in de referentiemaand, waardoor een terugvordering van het te veel ontvangen voorschot volgde.
Eiser betwistte deze vaststelling en voerde aan dat het omzetverlies onvoldoende in de berekening was meegenomen en dat de regeling onevenredig belastend was, mede omdat een werknemer zelf ontslag had genomen vóór de pandemie. Daarnaast stelde eiser dat de kosten van ingehuurde ZZP’ers in de loonsom hadden moeten worden meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat de regeling de loonsomdaling volledig in mindering brengt zonder correctie voor omzetverlies, zoals bedoeld door de wetgever. De exceptieve toetsing van de regeling leidde niet tot het buiten toepassing laten van de NOW-1. Ook werden de kosten van ZZP’ers terecht niet meegerekend, omdat zij niet onder de werknemersverzekeringen vallen. De terugvordering van € 11.179,- is daarmee terecht en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 11.179,- bevestigd.