Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2021 in de zaak tussen
Stichting [stichting] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“In deze brief is aangegeven dat de toezichthouder tot een professioneel oordeel komt of er sprake is van een overtreding die gerapporteerd moet worden. Daarbij overweegt de toezichthouder (1) het belang van de kinderen; en (2) de inspanning van de kinderopvangorganisatie. Als de toezichthouder oordeelt dat de drie-uursregeling of het vaste gezichtencriterium als gevolg van overmacht niet zijn nageleefd, rapporteert hij de betreffende gedraging niet als overtreding. Wel beschrijft hij in het rapport de relevante feiten en omstandigheden van het geval en hoe hij is gekomen tot het oordeel dat sprake is van overmacht. Het bovenstaande heb ik met deze wijziging vastgelegd in de Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang, zodat met betrekking tot het vaste gezichtencriterium en de drie-uursregeling helder is wat de werkwijze van de toezichthouder is in geval van overmacht. Dit ondersteunt GGD’en en gemeenten bij het implementeren en toepassen van deze werkwijze.” [3] Hieruit volgt dat de inhoud van artikel 8 van Pro de Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang overeenkomt met het dringende advies dat in de brief van SZW, GGD GHOR Nederland en de VNG van 22 juli 2019 is neergelegd.