ECLI:NL:RBMNE:2021:5901
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid bestuursrechter bij beroep tegen wijziging omgevingsverordening Flevoland windturbines
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de vraag of beroep kan worden ingesteld tegen het besluit van 17 september 2019 waarbij gedeputeerde staten van Flevoland de omgevingsverordening wijzigden door de plaatsingszones voor windturbines aan te passen. Deze wijziging was noodzakelijk om het windplan Groen mogelijk te maken, dat voorziet in het oprichten van 90 nieuwe windturbines en het saneren van 98 bestaande.
Eisers, wonend nabij de gewijzigde zones, hadden beroep ingesteld tegen besluiten die met de rijkscoördinatieregeling waren genomen, waaronder de wijziging van de plaatsingszones. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde zich onbevoegd voor zover het ging om de wijziging van de omgevingsverordening en verwees de beroepen door naar de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank onderzocht of het besluit tot wijziging van de omgevingsverordening een algemeen verbindend voorschrift is. Gelet op de aard van het besluit, de bevoegdheid van gedeputeerde staten om plaatsingszones aan te passen en de inhoud van de wijziging, concludeerde de rechtbank dat het hier inderdaad gaat om een algemeen verbindend voorschrift. Volgens artikel 8:3 Awb Pro is beroep tegen een dergelijk besluit niet mogelijk.
De rechtbank verwierp het beroep en verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van de beroepen. Ook werd het argument van eisers met betrekking tot het Nevele-arrest van het Hof van Justitie van de EU niet gevolgd. De rechtbank besloot het betaalde griffierecht niet terug te betalen omdat de zitting inhoudelijk noodzakelijk was om de bevoegdheidsvraag te beantwoorden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst het beroep tegen de wijziging van de omgevingsverordening af.