ECLI:NL:RVS:2020:2226
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Raad van State bevestigt vergunning Windplan Groen ondanks bezwaren omwonenden en vliegveiligheid
Het college van gedeputeerde staten van Flevoland verleende vergunningen en ontheffingen voor het realiseren van Windplan Groen met 90 windturbines, gevolgd door vaststelling van het rijksinpassingsplan door de ministers. Diverse appellanten, waaronder bewoners, ondernemers en vliegverenigingen, stelden beroep in tegen deze besluiten vanwege zorgen over woon- en leefklimaat, geluid, slagschaduw, participatie, vliegveiligheid en het behoud van het zweefvliegveld Biddinghuizen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellanten belanghebbenden zijn voor de vergunningen maar niet voor de ontheffingen. Nieuwe beroepsgronden na beroepstermijn werden niet in behandeling genomen. De Afdeling stelde vast dat het plan volgens de geldende procedures tot stand is gekomen en dat draagvlak niet doorslaggevend is. Nut en noodzaak van het windpark werden bevestigd, evenals de uitvoerbaarheid en de afwegingen rond de locatiekeuze en alternatieven.
De Afdeling verwierp bezwaren over geluid en laagfrequent geluid, verwijzend naar het Activiteitenbesluit milieubeheer en recente jurisprudentie. Wel stelde zij vast dat het plan onvoldoende waarborgt dat cumulatieve geluidbelasting en slagschaduw van meerdere inrichtingen binnen normen blijven, en voegde zij planregels toe om dit te garanderen. Bezwaren over vliegveiligheid werden afgewezen op basis van een verklaring van geen bezwaar en veiligheidsanalyses. Het belang van het behoud van het zweefvliegveld werd erkend, maar de belangenafweging werd niet onredelijk geacht. De Afdeling concludeerde dat het plan rechtmatig is vastgesteld met inachtneming van de aan de ministers toekomende beleidsruimte.
Uitkomst: Het Windplan Groen wordt rechtmatig vastgesteld, met toevoeging van planregels voor cumulatieve geluid- en slagschaduwbelasting.