ECLI:NL:RBMNE:2021:6063
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens niet-onverwijld indienen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een procedure over vergoeding van kosten en schade. Hij stelde dat de rechter persoonlijk vooringenomen was vanwege eerdere negatieve ervaringen en beslissingen die hem financieel hadden benadeeld.
De wrakingskamer oordeelde dat verzoeker het wrakingsverzoek pas aan het einde van de behandeling op de zitting indiende, terwijl hij al bij aanvang op de hoogte was van de identiteit van de rechter en de omstandigheden die aanleiding gaven tot wraking. Dit betekent dat het verzoek niet onverwijld is gedaan zoals vereist volgens artikel 513 Sv Pro.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en dat de procedure daarom in de stand wordt voortgezet waarin deze zich bevond. Het wrakingsverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard en tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-onverwijld indienen.