ECLI:NL:RBMNE:2021:6208
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat voorschotten toeslagen zijn uitbetaald aan eiser en toewijzing proceskosten
In deze bestuursrechtelijke procedure staat centraal of de voorschotten huur- en zorgtoeslag over de jaren 2014, 2015 en 2016 daadwerkelijk zijn uitbetaald aan eiser. Eiser betwist dit en stelt dat de toeslagen niet zijn ontvangen omdat zijn rekeningnummer in 2015 zou zijn opgeheven, waardoor de bank de bedragen zou hebben teruggestort naar verweerder. Verweerder heeft echter voldoende bewijs geleverd dat de toeslagen zijn uitbetaald op het rekeningnummer dat eiser bij de aanvraag heeft opgegeven.
De rechtbank weegt de aangevoerde stellingen van eiser af tegen de stukken van verweerder, waaronder een e-mail van de bank die bevestigt dat het rekeningnummer pas in 2018 is opgeheven. Eiser heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd en er is geen bewijs dat de toeslagen zijn teruggestort. De rechtbank concludeert dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de voorschotten zijn betaald en verklaart het beroep ongegrond.
Daarnaast heeft de rechtbank verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 1.496,-, en tot vergoeding van het griffierecht van € 49,-. Een volledige proceskostenvergoeding is niet toegekend omdat geen sprake is van een uitzonderlijk geval. De uitspraak is gedaan door rechter M.R. van der Vos op 10 december 2021.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.