ECLI:NL:RVS:2019:2702
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling huurtoeslag 2016 en vergoeding proceskosten na bezwaar en beroep
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 4 augustus 2017 de huurtoeslag over 2016 definitief vast en vorderde teveel ontvangen voorschotten terug. Na bezwaar en beroep werd het bezwaar deels gegrond verklaard, maar de vergoeding van proceskosten werd afgewezen omdat de gemachtigde van appellant geen professionele rechtsbijstandverlener zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de rechtsbijstand niet beroepsmatig was verleend en wees de proceskostenvergoeding af. Appellant stelde in hoger beroep dat dit onterecht was, onder meer omdat de gemachtigde geen eigen belang had en de Belastingdienst onrechtmatig had gehandeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de proceskostenvergoeding ten onrechte was geweigerd en vernietigde het besluit. De Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Andere bezwaren van appellant werden verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de Afdeling trad in de plaats daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.