ECLI:NL:RBMNE:2021:6216
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. van Es- de Vries
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting wegens parkeren deels op trottoir
Eiser kreeg twee naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd omdat hij zijn voertuig op 1 en 4 februari 2020 parkeerde aan de Kanaalstraat in Utrecht zonder de verschuldigde belasting te voldoen. Eiser betwistte de bevoegdheid van verweerder om de aanslagen op te leggen, stellende dat er geen sprake was van parkeren in de zin van artikel 225 lid 2 van Pro de Gemeentewet, maar van een overtreding van artikel 10 RVV1990 omdat zijn auto deels op het trottoir stond.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat een klein deel van de auto op het trottoir stond niet uitsluit dat er sprake was van parkeren binnen het parkeervak. De auto stond voor 80 tot 90% in het parkeervak en blokkeerde het vak, waardoor niemand anders het kon gebruiken. Dit maakt dat de belastbare feiten zich hebben voorgedaan en verweerder bevoegd was om de naheffingsaanslagen op te leggen.
Daarnaast vond de rechtbank dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat het legaliteitsbeginsel was geschonden. Het was voor eiser kenbaar dat hij een parkeerplaats bezette waarvoor parkeerbelasting verschuldigd was. De rechtbank volgde de conclusie van de Advocaat-Generaal IJzerman en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslagen parkeerbelasting.