ECLI:NL:RBMNE:2021:622
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres was gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2019 besloot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde haar uitkering per 2 april 2020. Eiseres maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapportages waarop het besluit was gebaseerd zorgvuldig, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden waren opgesteld. De verzekeringsartsen hadden uitgebreid onderzoek gedaan, inclusief lichamelijk en psychisch onderzoek, dossieronderzoek en het meenemen van alle beschikbare medische informatie.
Eiseres voerde aan dat haar klachten en beperkingen werden onderschat, maar leverde geen objectieve medische informatie die de beoordeling kon weerleggen. De rechtbank stelde dat de subjectieve klachten van eiseres niet doorslaggevend zijn binnen de beoordelingssystematiek. Ook de arbeidskundige beoordeling werd niet betwist met voldoende gronden.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht het recht op WIA-uitkering had beëindigd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het beëindigen van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.