Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.VORDERING
3.BEOORDELING VAN DE VORDERING
niettoe strekt dat de betrokkene zelf een concreet aangeduid strafbaar feit heeft begaan, maar is gedaan in verband met bijvoorbeeld de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de verdeling van dat voordeel of de gemaakte kosten, geldt dat de rechter bij de beoordeling van een verzoek tot het horen van een getuige, mede in zijn oordeel kan betrekken of het betreffende verzoek van de verdediging, in het licht van de door het openbaar ministerie aan zijn vordering ten grondslag gelegde financiële gegevens, is voorzien van een onderbouwing waaruit blijkt waarom het horen van die getuige van belang is voor die beslissing (HR 30 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1749).
€ 430.206,89.
Cocaïne
€ 223.707,59.
Versnijdingsmiddel
€ 803,05.
€ 480.
Vervoerskosten
€ 27.754,97.
€ 252.805,61.
- Opbrengst: € 430.206,89
- Gemaakte kosten:
€ 252.745,61 -