ECLI:NL:RBMNE:2021:6240
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Eiser, werkzaam als lasser, meldde zich op 17 oktober 2017 ziek en ontving vanaf 6 januari 2018 een Ziektewet-uitkering. Na een eerste beoordeling beëindigde het UWV de uitkering per 8 december 2018, omdat eiser meer dan 65% van zijn maatmanloon kon verdienen. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit en een later geweigerd uitkeringsbesluit van 18 december 2019.
De rechtbank beoordeelde de medische rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die voldeden aan de vereiste voorwaarden van zorgvuldigheid, consistentie en begrijpelijkheid. Eiser voerde aan dat zijn klachten aan de rechterarm en rug onderschat waren en overhandigde een brief van een neuroloog, die echter geen objectieve afwijkingen kon bevestigen en pas na de relevante datum was opgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de ervaren klachten van eiser onvoldoende medisch objectiveerbaar waren en dat het voordeel van de twijfel niet van toepassing was. De rapportages van het UWV waren eenduidig en overtuigend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om de Ziektewet-uitkering te beëindigen bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.