ECLI:NL:RBMNE:2021:6247
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van medische juistheid WIA-uitkering bij verminderde nierfunctie
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het UWV waarin is vastgesteld dat eiser ongewijzigd voor 80-100% arbeidsongeschikt blijft per 9 oktober 2018 en dat zijn WIA-uitkering ongewijzigd blijft. Eisers stellen dat eiser al sinds 2011 arbeidsongeschikt is door klachten als gevolg van een verminderde nierfunctie, en dat dit een bijzonder geval is in de zin van artikel 64 Wet Pro WIA.
De rechtbank overweegt dat het UWV medische beoordelingen mag baseren op rapportages van verzekeringsartsen, mits deze zorgvuldig zijn opgesteld, begrijpelijk zijn en geen tegenstrijdigheden bevatten. Eisers moeten aannemelijk maken dat deze rapportages onjuist zijn, hetgeen zij niet hebben gedaan met medische onderbouwing.
Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat de verminderde nierfunctie na 2011 geen invloed had op de belastbaarheid in 2011, mede vanwege de grote reservecapaciteit van de nieren en het ontbreken van klachten in die periode. Eisers hebben geen tegenbewijs geleverd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende medische onderbouwing van arbeidsongeschiktheid vóór 2018.