ECLI:NL:RBMNE:2021:6525
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening vakantiegeld bij toepassing beslagvrije voet in bijstandsuitkering
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser namens betrokkenen de verrekening van vakantiegeld door het college van burgemeester en wethouders van Lelystad. Het geschil betreft de vraag of de beslagvrije voet die bij de verrekening is toegepast, correct was. Verweerder had het vakantiegeld over juni 2019 tot mei 2020 verrekend met een openstaande vordering, waarbij de beslagvrije voet uit mei 2018 werd gehanteerd.
De rechtbank stelt vast dat betrokkenen sinds november 2011 een bijstandsuitkering ontvingen, waarbij de norm en dus de beslagvrije voet varieerde door wijzigingen in de huishoudsituatie en normering (kostendelersnorm en gehuwdennorm). Verweerder heeft geen verzoek tot herziening van de beslagvrije voet ontvangen na mei 2018, en heeft het bezwaar van eiser als een dergelijk verzoek opgevat en daarop gehandeld.
Eiser voerde aan dat verweerder ten onrechte de oude beslagvrije voet toepaste en dat betrokkenen mochten vertrouwen op een hogere voet. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitging van de beslagvrije voet van mei 2018, omdat betrokkenen geen nieuwe gegevens hebben verstrekt en geen verzoek tot aanpassing is gedaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen toezeggingen of gedragingen van verweerder aannemelijk zijn gemaakt die een ander vertrouwen rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor toewijzing van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de toepassing van de beslagvrije voet uit mei 2018 bij verrekening van vakantiegeld.