ECLI:NL:CRVB:2017:1818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende aanpassing beslagvrije voet bij bijstandsinhoudingen
Appellant ontvangt sinds 2012 bijstand en ervaart inhoudingen wegens terugvordering van te veel ontvangen bijstand over de periode 1997-2011. Naar aanleiding van gewijzigd beleid informeerde het college appellant in 2013 over de mogelijkheid om de beslagvrije voet te verhogen vanwege hoge woon- en ziektekosten. Appellant vroeg vervolgens om een terugwerkende aanpassing van de beslagvrije voet voor de periode vóór oktober 2013, wat door het college werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de besluiten omtrent de inhoudingen voor oktober 2013 in rechte vaststaan. In hoger beroep betoogde appellant dat de beslagvrije voet met terugwerkende kracht aangepast moest worden en dat restitutie moest plaatsvinden.
De Raad oordeelde dat het college pas in oktober 2013 de benodigde gegevens ontving om de verhoging van de beslagvrije voet aan te tonen en dat het college vanaf dat moment onverwijld rekening heeft gehouden met de wijziging. De gedragslijn dat de beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht wordt aangepast, is niet onredelijk. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de beslagvrije voet niet met terugwerkende kracht wordt aangepast en verklaart het hoger beroep ongegrond.