ECLI:NL:RBMNE:2021:6526
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering kosten bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Eiseres maakte bezwaar tegen de terugvordering van kosten van bijstand die de gemeente Hilversum mede van haar vorderde, omdat zij een gezamenlijke huishouding zou hebben gevoerd met [A], die bijstand ontving. De gemeente had de bijstandsuitkering van [A] beëindigd en teveel betaalde bijstand teruggevorderd. De rechtbank verwees naar een gelijktijdige uitspraak waarin was vastgesteld dat [A] inderdaad een gezamenlijke huishouding voerde met eiseres en dit niet had gemeld.
Eiseres voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder dat de gemeente onvoldoende onderzoek had gedaan naar de eigendom van auto’s op haar naam en dat zij door een strafrechtelijke procedure beperkt was in haar verweer. De rechtbank oordeelde dat de gemeente mocht uitgaan van het feit dat de auto’s op naam van eiseres haar eigendom waren en dat eiseres voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten toe te lichten.
De rechtbank benadrukte het verschil tussen strafrechtelijke en bestuursrechtelijke procedures en stelde dat het beroep op het zwijgrecht niet betekent dat eiseres geen eerlijke behandeling heeft gekregen. Gezien het geheel concludeerde de rechtbank dat de terugvordering terecht was en wees het beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van kosten van bijstand wordt ongegrond verklaard.