ECLI:NL:RBMNE:2021:6596
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onterecht niet-ontvankelijk verklaard bezwaar tegen WOZ-beschikking
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van een onroerend goed, waarbij hij een pro-forma bezwaarschrift indiende voordat het primaire besluit volledig gemotiveerd was. Verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een motivering. De rechtbank oordeelt dat dit onterecht was omdat het bezwaarschrift voldeed aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro en eiser tijdig aanvullingen heeft ingediend.
De rechtbank vernietigt het besluit van verweerder en draagt op dat binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar wordt genomen, waarbij de inhoudelijke bezwaren van eiser worden behandeld. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €534,- vanwege het inschakelen van een professionele hulpverlener.
De uitspraak benadrukt dat een pro-forma bezwaarschrift toereikend kan zijn indien het bezwaar tijdig wordt ingediend en nadere motivering later volgt, zeker wanneer het primaire besluit nog niet volledig is gemotiveerd. Verweerder had het bezwaar dus inhoudelijk moeten behandelen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen en proceskosten te vergoeden.