Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Oost-Brabantvan 11 juli 2013, nr. AWB 12/2254, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank betreffende beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen in de onroerendezaakbelastingen.
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de klachten
.In een geval als het onderhavige
,waarin de desbetreffende beschikking niet meer bevat dan de door de heffingsambtenaar vastgestelde waarde
,kan onder die omstandigheden met betrekking tot de motivering van het tegen die beschikking gerichte bezwaar geen verdere eis worden gesteld dan dat uit het bezwaarschrift blijkt dat de indiener daarvan zich met de vastgestelde waarde niet kan verenigen (vgl. HR 8 maart 2002, nr. 34993, ECLI:NL:HR:2002:AD9881, BNB 2002/224)
.
.De Hoge Raad kan het verzet afdoen.