Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Overwegingen met betrekking tot de herziening en intrekking
2.Overwegingen met betrekking tot de terugvordering
4.De toegekende vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase
5.Het recht op proceskostenvergoeding in de beroepsfase
6.Conclusies van de rechtbank
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op de herziening van eisers recht op bijstand over de maand februari 2019;
- stelt het bedrag van de herziening van eisers recht op bijstand over de maand februari 2019 vast op € 416,28,-;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op de hoogte van het bedrag van de terugvordering;
- stelt de hoogte van de terugvordering vast op € 2.873,90,-;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op de verrekening van het vakantiegeld van € 159,29,-;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar;
- stelt de hoogte van de proceskostenvergoeding in bezwaar vast op € 1.068,-;
- laat het bestreden besluit voor het overige in stand;
- gelast dat verweerder aan eiser het griffierecht van € 48,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten in beroep tot een bedrag van € 1.068,-.