Opposant heeft een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen ingediend nadat de rechtbank dit beroep eerder niet-ontvankelijk had verklaard omdat de dwangsom uit een eerdere uitspraak nog niet was volgelopen.
De rechtbank onderzoekt of het eerdere oordeel juist was dat geen zitting nodig was en of het beroep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Opposant stelt dat de toetsing moet plaatsvinden op het moment van sluiting van het onderzoek, niet bij indiening van het beroep.
De rechtbank volgt deze redenering en oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat de dwangsom op het moment van sluiting van het onderzoek was volgelopen. Het verzet is gegrond, de eerdere uitspraak vervalt en het college wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €350 per dag met een maximum van €52.500 voor overschrijding van de termijn en veroordeelt het college tot betaling van proceskosten aan opposant.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 24 december 2021.