Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) is geweigerd omdat eiser volgens de beoordeling over arbeidsvermogen beschikt. Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige. Eiser stelde dat hij vanwege complexe psychische problematiek niet vier uur per dag belastbaar is en niet over basale werknemersvaardigheden beschikt. De rechtbank volgde dit niet, omdat de medische beoordeling geen indicatie gaf voor beperkte belastbaarheid en uit de stukken bleek dat eiser stage had gelopen en op contractbasis had gewerkt zonder dat er sprake was van langdurige werkonderbrekingen.
Ook de stelling dat eiser geen basale werknemersvaardigheden bezit werd verworpen, mede omdat de stagebegeleidster geen problemen constateerde die het functioneren in een arbeidsorganisatie onmogelijk maken. De rechtbank concludeerde dat eiser arbeidsvermogen heeft en daarom niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van vertragingsschade werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Wolbrink op 14 oktober 2021, met de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Wajong-uitkering is ongegrond verklaard omdat eiser arbeidsvermogen heeft.