Partijen zijn voormalig gehuwd en ouders van een minderjarige die sinds begin 2020 bij de man woont. De man verzoekt om verhoging van de kinderalimentatie die de vrouw aan hem moet betalen, terwijl de vrouw dit afwijst en tevens een vordering indient tot betaling van niet-betaalde kinderopvangkosten door de man.
De rechtbank stelt vast dat de wijziging in de verzorgingssituatie aanleiding geeft tot herberekening van de alimentatie. De behoefte van het kind wordt vastgesteld op €1.002 per maand, maar bijzondere kosten worden niet erkend wegens onvoldoende onderbouwing. De draagkracht van de vrouw wordt vastgesteld zonder actuele financiële gegevens, waarbij de rechtbank uitgaat van een redelijke bijdrage van twee derde van de behoefte.
De rechtbank bepaalt dat de alimentatie vanaf 2 oktober 2020 moet worden betaald en wijst het verzoek van de vrouw tot betaling van kinderopvangkosten af wegens onvoldoende onderbouwing en bewijs. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.