Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2021:6870

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 november 2021
Publicatiedatum
16 december 2022
Zaaknummer
16/070295-20
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:14 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting maatregel plaatsing inrichting stelselmatige daders wegens recidivegevaar

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 3 november 2021 de tussentijdse beoordeling van de voortzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) opgelegd aan de veroordeelde. Deze maatregel was eerder opgelegd voor de duur van twee jaar.

Tijdens de zitting werden het voortgangsverslag en het standpunt van de penitentiaire inrichting besproken. De casemanager gaf aan dat er een aanvraag loopt voor begeleid wonen, maar dat een plek pas over enkele maanden beschikbaar is. Tevens is het de bedoeling ambulante behandeling te starten. Zowel de officier van justitie als de verdediging stonden positief tegenover voortzetting van de maatregel.

De rechtbank concludeerde dat de problematiek en verslaving van de veroordeelde nog steeds aanwezig zijn, waardoor het recidivegevaar onverminderd bestaat. De maatregel wordt daarom voortgezet om de terugkeer in de maatschappij zorgvuldig voor te bereiden en het risico op recidive te minimaliseren.

De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer, waarbij mr. P.A. Buijs voorzitter was, samen met mrs. E.J.W. Verhaagh en I. Jadib als rechters. Mr. Jadib kon de beslissing niet ondertekenen.

Uitkomst: De maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt voortgezet wegens aanhoudend recidivegevaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/070295-20 (ISD-toets)
Beslissing op grond van artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 3 november 2021
met betrekking tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd aan:
[veroordeelde] ,
geboren op [1969] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
verblijvende in P.I. [P.I.] ,
(hierna: veroordeelde).

1.De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder:
- het vonnis van deze rechtbank van 22 juni 2020, waaruit blijkt dat aan veroordeelde is opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar;
- het verzoek van de raadsvrouw van de veroordeelde van 1 oktober 2021 tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel;
- een voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van 3 november 2021,
opgemaakt door [senior casemanager] (senior casemanager).

2.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 3 november 2021. Daarbij zijn gehoord:
- de officier van justitie mr. E.M. ter Braak;
- de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S. Melliti, advocaat te Utrecht;
- de heer [casemanager] , casemanager in [P.I.].

3.Het standpunt van de penitentiaire inrichting

De heer [casemanager] , casemanager, is ter terechtzitting als deskundige gehoord en heeft verklaard dat er een aanvraag loopt bij [instantie] voor een plek bij begeleid wonen. Naar verwachting is er pas plek over een aantal maanden. Daarnaast is het de bedoeling om ambulante behandeling op te starten. Het advies is om de ISD-maatregel voort te zetten zodat veroordeelde van de P.I. over kan gaan naar begeleid wonen.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de maatregel voortgezet dient te worden.

5.Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw kan zich vinden in een voortzetting van de maatregel.

6.Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient in het kader van deze procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de opgelegde ISD-maatregel, die strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van veroordeelde, noodzakelijk is.
Uit het onderzoek ter zitting is gebleken dat de problematiek en verslaving van veroordeelde nog aanwezig zijn. Dat brengt mee dat ook het recidivegevaar nog onverkort aanwezig is waartegen de maatschappij beschermd dient te worden.
De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel noodzakelijk is om de terugkeer van betrokkene in de maatschappij zodanig voor te bereiden dat de recidivekans geminimaliseerd wordt.

7.De beslissing

De rechtbank:
- bepaalt dat de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, opgelegd aan [veroordeelde] voornoemd, wordt voortgezet.
Deze beslissing is genomen door mr. P.A. Buijs, voorzitter, mrs. E.J.W. Verhaagh en I. Jadib, rechters, bijgestaan door mr. M. Neijenhuis als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 3 november 2021.
Mr. Jadib is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.