Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[veroordeelde] ,
Procedure
Bezwaar
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Belagingsdelicten, waar veroordeelde voor is veroordeeld, zijn per definitie naar aard geschikt om middels DNA-onderzoek daders op te sporen. Met belaging worden dikwijls DNA-sporen overgebracht of achtergelaten. Gelet op deze uitzonderingsgrond kan het bezwaar van veroordeelde niet slagen. Het feit dat de belaging nu via internet heeft plaatsgevonden doet niet af aan bovenstaande.
Beoordeling
feit 2: belaging, meermalen gepleegd
tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met bijzondere voorwaarden, en een maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, te weten een contactverbod voor de duur van 2 jaren.
De rechtbank is -met de raadsman- van oordeel dat in dit concrete geval DNA-onderzoek in beginsel redelijkerwijs niet van betekenis zal kunnen zijn voor de opheldering van dergelijke door de veroordeelde gepleegde strafbare feiten. In een geval als het onderhavige zal in beginsel ook in het voorbereidend onderzoek geen celmateriaal voor DNA-onderzoek worden afgenomen vanwege het vereiste belang van het onderzoek, zodat in die zin sprake is van een door de wetgever bedoelde uitzondering.