Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.Waar gaat het over
3.De oordeelt de rechtbank
Het beoordelingskader
1.126,00(2 punten x tarief € 563,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een verzoek van [verzoeker] om verwijdering van een negatieve registratie in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van het Bureau Kredietregistratie (BKR). De registratie betrof een doorlopend krediet van €700 dat in 2012 werd afgesloten en later door Vesting Finance werd overgenomen. Na betalingsachterstanden en een schuldhulpverleningstraject bij de gemeente, waarbij [verzoeker] een deel van zijn schulden afbetaalde, bleef de negatieve codering 3 gehandhaafd tot 2024.
[verzoeker] verzocht de rechtbank om deze registratie te verwijderen, omdat deze hem belemmert bij het verkrijgen van een hypotheek voor een ruimere woning. Vesting Finance voerde verweer en stelde dat de registratie noodzakelijk is ter bescherming van kredietverstrekkers en ter voorkoming van overkreditering.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het doel van de registratie legitiem is, de handhaving van de codering niet proportioneel is gezien de persoonlijke en financiële omstandigheden van [verzoeker], waaronder het succesvol doorlopen schuldhulpverleningstraject en de stabiele financiële situatie sinds 2014. Daarom werd het verzoek toegewezen en Vesting Finance veroordeeld tot verwijdering van de registratie binnen zeven dagen, onder verbeurte van een dwangsom.
Uitkomst: Verzoek tot verwijdering van BKR-registratie wordt toegewezen en Vesting Finance wordt veroordeeld tot verwijdering binnen zeven dagen onder dwangsom.