Op 9 november 2020 werd verdachte aangehouden in Utrecht met een plastic tas met daarin meerdere pakketten contant geld ter waarde van €100.060. Verdachte verklaarde niet te weten wat er in de tas zat en dat hij het pakketje voor schuldenaren moest vervoeren. De rechtbank achtte deze verklaring ongeloofwaardig gezien het positieve gezinsinkomen en banksaldo.
De rechtbank concludeerde dat verdachte bewust het geld, vermoedelijk afkomstig uit enig misdrijf, voorhanden had en dit witwaste. Er was geen direct bewijs van het onderliggende misdrijf nodig; de omstandigheden en de omvang van het geldbedrag rechtvaardigden het vermoeden van criminele herkomst.
Verdachte werd veroordeeld tot zeven maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd de Volkswagen Golf waarmee het geld werd vervoerd verbeurd verklaard, evenals het geldbedrag zelf. Twee cryptotelefoons werden onttrokken aan het verkeer, terwijl enkele andere goederen werden teruggegeven.
De straf is mede bedoeld als afstraffing en preventie. Verdachte had geen eerdere veroordelingen en de rechtbank hield rekening met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden bij de strafoplegging.