Uitspraak
_
Vonnis van 11 februari 2021in de zaak van
[eiseres sub 1] ,
[eiser sub 2] ,
[eiseres sub 3] ,
[eiser sub 4] EN [eiseres sub 4] ,
[eiser sub 5] ,
,
de stichting STICHTING ERFPACHTERS BELANG UTRECHT,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
Eisers sub 1, 2 en 3 ( [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] en [eiseres sub 3] )
Eiser sub 4 ( [eiser sub 4] en [eiseres sub 4] )
Eiseres sub 5 (de Stichting)
Eisers gezamenlijk
4.De beoordeling
eigen zelfstandigevordering instelt jegens één van de partijen in de hoofdzaak (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768, NJ 2015/206). [eiser sub 5] is uitdrukkelijk, ook desgevraagd, niet tussengekomen, maar heeft zich gevoegd aan de zijde van [eiser sub 2] . Hij kan dus geen zelfstandige vordering instellen (vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden, 28 maart 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:3171), zodat ook hij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vorderingen.
Algemeen
oordeel komt erop neer dat een beding dat voor een van partijen de bevoegdheid bevat om de algemene voorwaarden eenzijdig te wijzigen steeds onredelijk bezwarend is. Dit oordeel ziet eraan voorbij datonder meerde ratio en rechtvaardiging van, de voorwaarden voor enbeperkingenop een dergelijke bevoegdheid kunnen meebrengen dat van die onredelijke bezwarendheid geen sprake is. In deze zaak is in dit verband onder meer van belang dat de erfpachtvoorwaarden deel uitmaken van het beleid van de Gemeente dat zij voert als overheid met betrekking tot de grond binnen haar grenzen, dat het kennelijke doel van de wijzigingsbevoegdheid is om de voorwaarden na verloop van tijd te kunnen aanpassen aan de gewijzigde verhoudingen, opvattingen en inzichten, dat de voorwaarden worden getoetst en vastgesteld door de raad van de Gemeente (dat een democratisch gekozen, vertegenwoordigend orgaan is), dat de vaststelling en toepassing van die voorwaarden mede moeten voldoen aan algemene rechtsbeginselen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dat bij de toets aan deze beginselen mede van belang is of kan zijn met welk doel de Gemeente de grond (niet in eigendom, maar) in erfpacht heeft uitgegeven en uitgegeven houdt. Gelet op deze aspecten valt niet in te zien dat het hier aan de orde zijnde beding zonder meer onredelijk bezwarend zou zijn.”